Naast praktische en economische vraagstukken creëert de klimaatcrisis ook vragen over rechtvaardigheid. Want wie draagt de verantwoordelijkheid? Tot nu toe wordt vooral een beroep gedaan op het principe ‘de vervuiler betaalt’. Het klinkt logisch en intuïtief: wie schade veroorzaakt, moet de rekening betalen.
Toch schiet het ‘vervuiler betaalt-principe’ in de huidige klimaatcrisis tekort, want het behandelt alle vervuilers hetzelfde. Maar er is een fundamenteel onderscheid tussen vervuilers die onwetend waren van de gevolgen, en vervuilers die precies wisten of welke schade hun handelen zou veroorzaken. Er is een verschil tussen iemand die in 1960 steenkool gebruikte zonder te weten dat dit het klimaat zou ontwrichten, en een oliebedrijf dat anno 2025 blijft investeren in nieuwe boringen, terwijl de wetenschap al decennialang waarschuwt voor de gevolgen. Beide hebben bijgedragen aan de crisis, maar het laatste is niet zomaar verantwoordelijk: het is schuldig.
Daarom is een nieuw principe nodig: de vervuiler wordt beboet en vervolgd. Wie bewust en vrijwillig het klimaat schaadt, zou niet alleen moeten betalen voor de aangerichte schade, maar daar ook een boete bovenop moeten ontvangen en strafrechtelijk aansprakelijk moeten worden gesteld. Vergelijk het met iemand die opzettelijk giftig afval in een rivier dumpt. Niemand zou accepteren dat zo’n daad wordt afgedaan met een schoonmaakrekening. Zo’n daad is een misdaad, en wordt ook zo behandeld. Waarom zou dat voor deze vervuilers anders zijn?
Erkenning van slachtoffers
Het strafrecht kan daarbij een waardevolle rol spelen. Het gaat niet alleen om vergelding, maar ook om erkenning van slachtoffers en het herstel van vertrouwen in de gemeenschap. Bovendien kunnen de boetes gebruikt worden om investeringen te financieren voor maatregelen die de klimaatcrisis tegengaan. Denk hierbij aan investeringen in de weerbaarheid van verzwakte gebieden en nieuwe, schone energiebronnen.
Door klimaatvervuiling expliciet als misdrijf te benoemen, maken we duidelijk dat er grenzen zijn die niet straffeloos overschreden mogen worden. Natuurlijk is er nuance nodig. Niet iedere uitstoot is even verwijtbaar. Maar juist daarom kan het vervolgen van vervuiling zo handig zijn. Tijdens een vervolging is er ruimte en tijd om uit te zoeken of er verzachtende omstandigheden zijn, of dat de vervuiling misschien noodzakelijk was voor basisbehoeften.
Met boetes kunnen we klimaatinvesteringen financieren
Het wordt dus tijd dat we onze blik kantelen. Vervuiling is niet langer een betreurenswaardig neveneffect dat je kunt afkopen. Het is, in veel gevallen, een bewuste daad die gemeenschappen schaadt en toekomstige generaties hun bestaanszekerheid ontneemt. Dat verdient een boete en vervolging.
Iwan Raats is filosoof. Dit stuk is gebaseerd op zijn scriptie-onderzoek voor zijn master toegepaste ethiek

Plaats een reactie